Om de wereld menselijk te houden hebben we robots nodig


"Een mens iets laten doen wat een software robot kan, is een vorm van verspilling"

Vorige maand brachten twee RPA-specialisten van de Rabobank een boek Lean Robotics op de markt met daarin een prachtige uitspraak: een mens iets laten doen wat een software robot kan, is een vorm van verspilling. Dat is een nieuwe, krachtige benadering van RPA. Verspilling is een centraal thema in het vocabulair van circulair denken. Mensen overbodige werkzaamheden laten uitvoeren, is energie verliezen aan zinloze acties. Robots inhuren biedt soelaas.

Wat me aanspreekt is dat dit een bepaalde gangbare manier van denken ondersteboven zet, want robotisering wordt niet overal even positief ontvangen. Zeker niet in de hoek van de pleitbezorgers van duurzaamheid. Laat me een poging doen dit uit te leggen.

Gevoelsmatig keren veel burgers zich tegen de trend om steeds meer gebruik te maken van fysieke of digitale assistenten. In hun visie wordt de wereld er immers onpersoonlijker, emotielozer, humorlozer van. Er stroomt geen warm bloed door een robot. Een wereld met robots is een wereld van vervreemding.

Als het gaat om robotisering van de werkvloer dan zou de factor robotiserende automatisering wel eens ten koste kunnen gaan van onze kostbare werkgelegenheid. Bovendien: het fenomeen ‘vakmanschap’ staat onder druk. Hoe kunnen we in het productieproces nog met liefde en aandacht detaillering op maat aanbrengen, als onze handen en vingers vervangen worden door hardware, en ons brein door software?

De ‘menselijke maat’ handhaven is een alom gewaardeerde waarde, een adagium dat menig politieke partij zelfs expliciet nastreeft. Door die bril bekeken, is het goed te begrijpen dat mensen zich keren tegen het inzetten van robots. De planeet redden? Hoe vaak hoor je niet dat het een groot misverstand is om alle heil van de techniek te verwachten, terwijl juist de mens zélf het verschil moet kunnen maken. In deze visie worden mens en techniek tegenover elkaar geplaatst.

Toch is deze intuïtieve afkeer mijns inziens onterecht en moeten we robots in (bijna!) alle soorten en maten een warm welkom heten. Dat brengt ons weer terug bij het boek van John Maes en Jeroen Schijns, de schrijvers van Lean Robotics, want ook zij benaderen robots als metgezellen, die het leven er niet ónaangenamer maar juist aangenamer op maken. “Een mens iets laten doen wat een software robot kan, is een vorm van verspilling”. De robot als vriend in de strijd om leven en werk te vermenselijken.

Zo kun je robotisering dus ook zien. In een steeds complexere wereld helpen digitale en fysieke robot burgers om weer grip te krijgen op basale vaardigheden: onze eigen zintuigen gebruiken, hersencellen inzetten, bewegen, bouwen, innoveren. Laat de robots het stomme werk maar doen. Een mooie paradox: robots inhuren om de menselijke maat de verdedigen! Om de wereld menselijk te houden hebben we robots nodig.
Ik zou daarin nog een stap verder willen gaan. Diezelfde circulaire benadering legt een enorme taak op ons bordje, namelijk het in kaart brengen van de gebouwde omgeving. Het creëren van een materialenbank van gebruikte en nog te produceren materialen, met als doel om verspilling tegen te gaan en zinvol hergebruik mogelijk te maken. Is het een rare fantasie om te veronderstellen dat robots ons daarin – vroeg of laat - enorm van pas komen? Kunstmatige intelligentie inzetten om zowel gebouwen als infrastructuur te scannen en te categoriseren?

Volgens mij zal de hele energietransitie, de strijd tegen klimaatverandering en ‘circulair acteren’ nog een groot beroep doen op onze digitale vrienden. Sterker nog: het is verspilde moeite om geen gebruik te maken van robots.

Bron: Lean & RPA, de winnende combinatie
John Maes ; Jeroen Schijns

Auteur: Roelf van Til